Op 29 september nam de Tweede Kamer de Wet proactieve dienstverlening SZW aan. De Eerste Kamer moet er nog over stemmen, maar de minister mikt op 1 januari 2027 voor de invoering. Tijd om te kijken wat er straks mag, en waar je als privacyadviseur op moet letten.

Wie de ontwikkeling van Proactieve dienstverlening op de voet wil volgen, kan terecht bij het dossier Wet proactieve dienstverlening van Martijn Schut. Hij houdt bij welke regelingen in welke versie zijn opgenomen, hoe de financiering geregeld is en welke uitvoeringsorganisaties later nog aansluiten. Wij hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt.

Mensen laten geld liggen

Ongeveer een derde van de mensen met recht op bijstand vraagt de uitkering niet aan. Bij de AIO, de aanvulling voor ouderen met een onvolledige AOW, is dat ook ongeveer een derde (synthesestudie in opdracht van SZW). Bij de huur- en zorgtoeslag laat ongeveer één op de acht rechthebbenden het geld liggen (CPB, 2025).

Bij gemeentelijke regelingen is het beeld ook somber. In een aantal gemeenten vraagt 25 tot 45 procent van de rechthebbenden geen kwijtschelding aan terwijl dat wel had gekund, en bij minimaregelingen loopt het niet-gebruik op tot 77 procent (toelichting bij het ontwerpbesluit). Je kunt raden naar waar dat door komt en waarschijnlijk is het een combinatie van factoren. Mensen weten niet waar ze recht op hebben, vinden de aanvraag te ingewikkeld, schamen zich of zijn bang dat ze later moeten terugbetalen.

Proactieve dienstverlening in de praktijk

UWV, SVB en gemeenten mogen inwoners gericht informeren over uitkeringen en voorzieningen. Ook mogen ze de aanvraag makkelijker maken (faciliteren) met een vooraf ingevuld formulier, al dient de inwoner die nog steeds zelf in. Om te zien wie mogelijk recht heeft, mogen ze hun eigen administratie gebruiken en onderling gegevens uitwisselen (wettekst). Tegelijk schrapt de wet het artikel over SyRI, het fraudesysteem dat de rechter in 2020 in strijd met het recht op privacy verklaarde. De koppelingen die daarmee werden gebruikt om fraude op te sporen, worden nu ingezet om mensen te helpen met voorzieningen.

Welke regelingen en gegevens het precies betreft, staat in het Besluit SUWI. Volgens het concept van 31 augustus gaat het voor gemeenten om:

  • algemene bijstand;
  • kwijtschelding van lokale belastingen;
  • schuldhulpverlening;
  • minimaregelingen op basis van een verordening;
  • de tegemoetkoming voor alleenverdieners.

Een paar dingen om nog op te letten als gemeente: Bijzondere bijstand staat in een apart onderdeel van het besluit. Dat treedt pas in werking als er financiering voor is. Ook relevant: Voor kwijtschelding en minimaregelingen krijgen gemeenten geen extra budget, zo is met SZW afgesproken.

Per regeling staat in het besluit welke gegevens UWV en SVB leveren. Meestal gaat het om naam, contactgegevens, BSN en inkomen, soms ook van huisgenoten.

Daar staan waarborgen tegenover:

  • Gegevens die een gemeente voor dit doel ontvangt, mogen niet worden gebruikt voor handhaving.
  • Bijzondere persoonsgegevens worden niet verwerkt, met uitzondering van gezondheidsgegevens.
  • Alles wordt vernietigd zodra de inwoner is geïnformeerd of geholpen, uiterlijk na twaalf maanden.
  • Inwoners kunnen bezwaar maken tegen benadering.

Dilemma’s

Er spelen een paar dilemma’s bij de uitvoering van de wet. Het eerste gaat over hoe gericht je kunt zijn. Een pilot van de SVB geeft een indicatie. Op basis van gekoppelde inkomensgegevens werden ongeveer 1.000 ouderen benaderd die mogelijk recht hadden op AIO. Uiteindelijk kregen 28 huishoudens de aanvulling. Voor die 28 maakte dit een groot verschil, omdat ze zonder AIO onder het sociaal minimum leefden. De overige 972 kregen een brief van een overheid die in hun gegevens had gezocht naar gevoelige geldzaken. Wat doet dat met die mensen en hoe staat dat in verhouding tot (slechts) 28 positieve gevallen?

Het tweede dilemma gaat over koppelen van gegevens. Volgens de VNG mogen gemeenten straks ook intern gegevens delen, bijvoorbeeld tussen Participatiewet, Wmo en Jeugdwet. Dat maakt integraal kijken makkelijker, maar het bewaken van doelbinding lastiger. Zeker omdat niet is bepaald welke ruimte er precies is voor de koppelingen.

Het derde dilemma is dat dit neigt naar profilering. Wanneer label je iemand als persoon met een laag inkomen? Volgens het ontwerpbesluit spreken UWV en gemeenten dat samen af, ergens tussen 100 en 150 procent van het sociaal minimum. Dat is een keuze die je moet kunnen verantwoorden, zeker als dezelfde parameters later ook voor handhaving interessant blijken.

Wat is een opt-out waard?

Inwoners kunnen aangeven dat ze niet benaderd willen worden. Bij de opt-out speelt natuurlijk een rol dat het gaat over mensen die geen gebruik maken van een recht op een voorziening. Hoe waarschijnlijk is het dat je geen voorziening aanvraagt, maar wel je rechten op opt-out uitoefent?

Het kan natuurlijk zijn dat je na het ontvangen van een brief aangeeft dat je hier niet van gediend bent. Maar dan is de verwerking al geweest. Volgens de wettekst worden gegevens dan niet meer verder verwerkt voor proactieve dienstverlening. Maar ook hier weer de vraag: hoe werkt dit in de praktijk? Uit de toelichting bij het ontwerpbesluit blijkt dan: het bezwaar stopt alleen het benaderen.

Dat heeft een paar (moeilijk uitlegbare) gevolgen:

  • Organisaties mogen de gegevens nog wel gebruiken om te onderzoeken of iemand een recht laat liggen.
  • Vraagt UWV of SVB om gegevens die in het besluit zijn aangewezen, dan moet de gemeente die leveren, ook van iemand met een opt-out.
  • Bezwaren worden niet gedeeld: wie bij de gemeente bezwaar maakt, kan nog steeds post krijgen van het UWV.

Gemeenten mogen zelf strenger zijn en gegevens van inwoners met een opt-out niet uit eigen beweging gebruiken. Wie dat wil, moet het vastleggen. In de uitleg aan inwoners hoort bovendien precies te staan wat de opt-out wel en niet doet. Dat is een lastig verhaal om uit te leggen aan mensen die toch al niet zo goed de weg weten in het administratieve woud van de overheid.

Gemeenten staan er zelf voor

De wet verplicht tot niets. Elke gemeente beslist zelf of en hoe ze proactief gaat werken. De VNG ondersteunt bij de implementatie en begeleidt mogelijk pilots, maar de keuzes en de uitvoering liggen bij de gemeente zelf. Dat leidt onherroepelijk tot verschillen. In de ene gemeente zoeken de sociaal domeinspecialisten, de jurist en FG samen naar wat kan. In de andere, tja… die privacywetgeving, hè?

De AVG staat in elk geval niet in de weg. Overweging 4 zegt drie dingen: gegevensverwerking moet ten dienste staan van de mens, gegevensbescherming is geen absoluut recht, en het moet worden afgewogen tegen andere grondrechten. Wie beweert dat iets niet mag van de AVG, zonder die afweging te maken, gebruikt de wet als excuus om niets te doen. Dat voorkomt fouten. Maar inwoners die onder het sociaal minimum blijven leven, hebben er niets aan.

Waar je nu al mee kunt beginnen

Het begint bij een bestuurlijk besluit over het ambitieniveau. Daarna volgen de vragen die een privacyofficer idealiter stelt:

  • Welke gegevens hebben we echt nodig?
  • Wie is waarvoor verantwoordelijk? Gemeente, UWV en SVB zijn dat elk voor hun eigen deel.
  • Hoe voorkomen we dat analyses later voor fraudeonderzoek worden gebruikt? Het handhavingsverbod in de wet geldt formeel alleen voor gegevens die je van anderen ontvangt. Leg daarom vast dat het ook voor je eigen analyses geldt.
  • Hoe gaan we om met inwoners die we ten onrechte benaderen?

Sommige dingen kunnen nu al, zonder nieuwe koppelingen. Als UWV en SVB aanwezig zijn op een inkomensplein, kun je een inwoner direct voorstellen aan de juiste collega. Gemeenten kunnen zich ook aanmelden voor de pilots.

Wie wil experimenteren met nieuwe gegevenscombinaties, kan dat straks onder strikte voorwaarden (ontwerpbesluit, artikel 5a.8):

  • de gegevens anonimiseren of pseudonimiseren;
  • de minister vooraf informeren, met een DPIA;
  • het experiment maximaal drie jaar laten duren;
  • na afloop evalueren.

Praktijk voor Privacy als gids

Praktijk voor Privacy helpt gemeenten om keuzes rond de verwerking van gegevens begrijpelijk en juridisch stevig te onderbouwen. Denk aan het ontwerpen van proactieve use cases en het uitvoeren van DPIA’s tot het inrichten van gegevensuitwisseling en het schrijven van de uitleg aan inwoners. Zo krijgen meer inwoners de ondersteuning waar ze recht op hebben, op een zorgvuldige en verantwoorde manier.

Disclaimer:

– Beeld : Gemini 3.6 Thinking
– Onderzoek: Gehoorde.de/beraadslaging / Google / VNG.nl / Claude Opus 5.5 High
– Tekst: Zelf getypt en bijgeschaafd
– Taalcontrole / spellingscheck / herschrijven moeilijke zinnen: Claude Opus 5.5 medium