Vakblad Binnenlands Bestuur schreef een mooi artikel over de oprichting van de Praktijk voor Privacy. Lees het volledige artikel op de website van Binnenlands Bestuur en op iBestuur.

Drie bekende namen uit de gemeentewereld verlaten de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om samen een nieuw bedrijf te beginnen: Praktijk voor Privacy. Johannes Homan, Remco Groet en Rozemarijn Smink bundelen hun kennis om gemeenten zo praktisch mogelijk te helpen met privacyvraagstukken.
Van VNG naar eigen adviesbureau
De drie werkten jarenlang bij de VNG. Groet vertelt wanneer hun plannen begonnen te veranderen. “Gemeenten zitten steeds vaker vast tussen regels en beperkte budgetten. We zagen ze worstelen met privacywetgeving maar konden niet altijd helpen. Toen dachten we: dit moet anders.”
Bij de VNG ligt de nadruk vaak op algemene kaders en collectieve voorzieningen. Daardoor komt de vertaling naar de praktijk soms niet van de grond. “Je denkt in het grotere geheel,” zegt Groet, “maar gemeenten met concrete vragen moeten het vaak zelf uitzoeken. Vooral bij aanbestedingen en implementaties staan ze er soms alleen voor.”
Meer ruimte voor maatwerk
Het begon te wringen zodra ze gemeenten moesten vertellen dat bepaalde vragen niet beantwoord konden worden. “We dachten vaak: met onze kennis kunnen we echt iets betekenen,” zegt Groet. Smink vindt dat haar werk inhoudelijk veel hetzelfde blijft, maar nu met meer ruimte voor maatwerk. “We volgen dezelfde principes en standaarden, maar stemmen ze beter af op wat een gemeente echt nodig heeft.”
DPIA’s zonder 400 pagina’s
Een belangrijk aandachtsgebied is hulp bij DPIA’s (Data Protection Impact Assessments). Veel gemeenten worstelen daarmee, vertelt Smink. “We bouwen een DPIA-depot op onze website, omdat we weten dat dit een lastig punt is. Niet alleen het uitvoeren van een DPIA, maar ook het actueel houden ervan.”
Zij willen geen dikke rapporten leveren waar niemand iets mee kan. “Er is veel frustratie over technische documenten van honderden pagina’s in het Engels,” zegt Groet. “Dat kan een stuk praktischer.”
Homan ziet hetzelfde in zijn werk als privacyjurist. “De AVG wordt vaak gezien als blokkade. Maar als je zorgvuldig werkt, mag er juist veel meer dan mensen denken. Zelfs de Autoriteit Persoonsgegevens beaamt dat.”
Voorbereiden op technologische keuzes
De komende tijd richt het team zich op gemeenten die nadenken over hun afhankelijkheid van Amerikaanse leveranciers. “Het is onzinnig dat kleine gemeenten nu halsoverkop moeten overstappen,” zegt Groet. “Landelijk en Europees zijn er nog genoeg besluiten nodig. Wat je wel kunt doen, is voorbereiden: maak een plan en bepaal wat als eerste vervangen moet worden.”
Geen detachering, maar kennisoverdracht
Praktijk voor Privacy wil geen detacheringsbureau zijn. Smink: “We verhuren onszelf niet om tijdelijk gaten te vullen. We werken liever samen met privacyteams, zodat onze kennis ook hun kennis wordt.”
Groet merkt dat privacyprofessionals binnen gemeenten zich vaak alleen voelen. “Ze hebben soms een eenzame positie en worden nog te vaak gezien als een obstakel. Vooral kleinere gemeenten kunnen wel wat steun gebruiken.” Daarom richt Praktijk voor Privacy zich juist op die doelgroep — organisaties waar kennis schaars is, maar de nood groot.
Lees het volledige artikel op de website van Binnenlands Bestuur en op iBestuur.

